Werkwijze Wat Werkt

Werkwijze Wat Werkt

Wat is het?
Wat werkt benut feedback van gezinnen direct om de begeleiding aan de gezinnen te verbeteren. Bij iedere afspraak worden twee korte vragenlijsten gebruikt. Deze vragenlijsten zijn ontleend aan de Outcome Rating Scale en de Session Rating Scale (ORS en SRS; Miller, Duncan, Brown, Sorrel & Chalk, 2006). Om de vragenlijsten (meer) geschikt te maken voor ouders en kinderen met een beperking is de taal vereenvoudigd en worden pictogrammen gebruikt. ORS en SRS is ontwikkeld voor het verbeteren van behandelresultaten bij volwassenen. De toepassing in de zorg voor jeugd is in ontwikkeling. Nu zijn eerste ervaringen opgedaan met de ORS en SRS binnen de jeugdbescherming en jeugdreclassering.

De Wat werkt - start wordt aan het begin van ieder gesprek uitgevraagd. Aan de ouder(s) en/of de jongere wordt gevraagd hoe het met hem/haar is gegaan tussen het vorige gesprek en nu. De Wat werkt - start geeft feedback over het resultaat van de begeleiding.

De Wat werkt – eind wordt aan het einde van ieder gesprek uitgevraagd. De Wat werkt – eind is bedoeld om uit te vragen hoe de ouder(s)/ jongere het begeleidingscontact hebben ervaren. De vragen gaan over het contact, de doelen/onderwerpen, de werkwijze en een algeheel oordeel. Deze feedback van de ouder(s)/jongere over de werkrelatie met de professional helpt om deze werkrelatie te verbeteren.

Wat werkt versterkt de zelfredzaamheid, eigen regie en eigen verantwoordelijkheid van het gezin en stimuleert een gelijkwaardige relatie tussen ouder(s)/jongere en professional. Wat werkt sluit aan bij de uitgangspunten van het jeugdstelsel.

Hoe werkt het?
Introductie:
1. Bespreek met de ouder(s) en/of jongere dat jij het belangrijk vindt om jouw manier van werken goed te laten aansluiten bij wat werkt voor deze ouder(s) en/of jongere. Zo kun je hen beter helpen en aansluiten bij hun eigen ideeën. En dat je daarom  tijdens ieder gesprek van hen wilt horen hoe zij de begeleiding hebben ervaren. Wat ging goed, wat kan beter of anders? Bijvoorbeeld: “Ik vind het belangrijk om van u / jou te horen wat u / jij vindt van mijn begeleiding. Wat werkte goed voor u / jou? Wat werkte minder goed? Wat zou u / jij anders willen? U / jij weet het beste hoe het hier gaat en ik luister daar goed naar om u / jou zo goed mogelijk te helpen. Ik vind uw / jouw mening belangrijk”
2. Laat aan de ouder(s) en/of jongere de kaarten Wat werkt – start en Wat werkt - eind zien. Laat de verschillende versies zien, zodat de ouder(s)/jongere de versie kunnen kiezen die zijn prettig vinden. Of maak zelf een keuze over de versie waarvan jij denkt dat deze het beste aansluit.
3. Neem de vragen door en leg aan de ouder(s)/jeugdige als nodig uit wat de vragen betekenen.

Uitvoering
1. Gebruik de eerste keer alleen Wat werkt – eind. Gebruik daarna bij ieder gesprek aan het begin de kaart Wat werkt – start en aan het einde de kaart Wat werkt – eind.
2. Geef aan het begin van het gesprek de kaart Wat werkt – start aan de ouder(s)/jongere. Help als nodig om de vraag te lezen. Geef even denktijd, en laat ouder(s) / jongere een rondje zetten om de score.
3. Vraag de ouder(s) / jongere een korte toelichting te geven. Bijvoorbeeld: “Wat maakt dat u / jij deze score geeft”?
4. Stel eventueel enkele verdiepende vervolgvragen, maar houd het beknopt en rond af in 5 minuten.
5. Onthoud de belangrijkste punten van de ouder(s) / jongere en laat deze terug komen in jullie begeleidingsgesprek.
6. Geef aan het einde van het gesprek de kaart Wat werkt – eind. Help als nodig om de vragen te lezen. Geef even denktijd, en laat ouder(s) / jongere een rondje zetten om de score.
7. Wees alert op een extreem hoge score. Vraag door wat maakt dat de ouder(s) / jongere deze hoge score geeft. Bijvoorbeeld: “dat is een heel hoog cijfer. Kunt u een voorbeeld noemen waardoor u zo tevreden bent?”
8. Sluit af met een oplossingsgerichte vraag. Bijvoorbeeld: “Wat is belangrijk voor u / jou om de score een puntje omhoog te krijgen? Praat hier samen kort over door en sluit het gesprek af.
9. Het kan zinvol zijn om na enkele keren Wat werkt gebruikt te hebben met de ouder(s) / jongere terug te kijken op alle scores en de feedback. Wat is het meest opvallend? Bijvoorbeeld: “Als we naar de scores kijken, wat valt u het meeste op? Waarmee zou ik u / jou beter kunnen helpen?”

Tips
1. Maak duidelijk onderscheid tussen het evalueren van de doelen in het (gezins)plan en het vragen van feedback over jouw begeleiding. Wat werkt gaat over feedback over jouw manier van begeleiden en luisteren naar hoe ouder(s)/ jongere dit ervaren.
2. Gebruik Wat werkt alleen als je oprecht geïnteresseerd bent in de feedback van de ouder(s) / jongere. Wees bereid om je zo maximaal mogelijk in te spannen om aan te sluiten op de wensen van ouder(s) / jongere. Schort jouw oordeel op. Als het werkt voor ouder(s) / jongere, dan is dat winst!
3. Laat zien dat je daadwerkelijk iets doet met de feedback van ouder(s) / jongere. Bijvoorbeeld: “U hebt toen gezegd dat u het belangrijk vindt dat ik op maandag op huisbezoek kom, omdat dan uw broer en buurvrouw er bij kunnen zijn. Deze keer kan ik niet op maandag omdat ik op vakantie ben. Kunt u vragen of uw broer en buurvrouw deze keer ook op een donderdag kunnen komen?”
4. Wat werkt betekent niet dat je aan alles wat ouder(s)/jongere wensen gehoor moet geven. Luister eerst goed, en leg uit als je iets niet kunt waarmaken en waarom. Oprechtheid en openheid wordt door ouder(s) / jongere zeer gewaardeerd!
5. Oprechtheid en openheid zal de kans op sociaal wenselijke antwoorden verkleinen. Wees je ervan bewust dat ouder(s) / jongere wellicht aarzelen om kritische punten aan je terug te geven uit angst voor bijvoorbeeld een uithuisplaatsing.

Meer lezen?
Yperen, T. van (2013). Met kennis oogsten. Monitoring en doorontwikkeling van een integrale zorg voor jeugd. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut.
Miller, S.D., Duncan, B.L., Brown, J., Sorrell, R. & Chalk, M.B. (2006). Using formal cliënt feedback to improve retention and outcome: making ongoing, real-time assessment feasible. Journal of Brief Therapy, 5, 5-22.
Addink, A. en Lekkerkerker, L. (2014). Feedback Informed Treatment in jeugd- en opvoedhulp. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut.